KRETA - HERAKLION

Centraal Kreta

Heraklion_stad

HERAKLION STAD

Iraklion (Grieks: Ηράκλειο, Iraklio)

Heraklion is zoals de naam van de hoofdstad van het Griekse eiland Kreta ook gespeld wordt. Het ligt centraal aan de noordkust van het eiland, aan de Egeïsche Zee. De stad heeft ongeveer 175.000 inwoners volgens de laatste telling in 2011.

Iraklion is onder de naam Candia (de naam die de Venetianers aan de stad gaven) zetel van de katholieke bisschop van Kreta en werd tijdens de regering van de Osmanen 'Rabdel-Khandak' genoemd. De stad wordt vanuit de Katharevousa (de gekuiste taal) vertaald als Herákleion.

Heraklion stad is de hoofdstad van Kreta. Het is een moderne levendige stad met drukke winkelstraten, veel terrassen en gezellige taverna’s met Kretenzische specialiteiten. Bezienswaardigheden in Heraklion die u zeker niet mag missen zijn : de oude Venetiaanse vestingwallen, de Morosinifontein, het archeologisch museum en prachtige kerken zoals de Agios Minas en Agios Tinos.

Knossos

DORPEN EN BEZIENSWAARDIGHEDEN IN DE OMGEVING

Knossos

Op 5 km. ten zuiden van de stad Heraklion ligt Knossos, ooit de beroemde hoofdstad van het Minoïsche Kreta die ongeveer tien eeuwen lang de grootste stad van Griekenland en Europa was. Op deze plaats leefden ongeveer 6000 jaar v. Chr. de mens voor het eerst in ‘georganiseerd’ verband gemeenschappelijk met elkaar. Knossos is de mooiste en belangrijkste opgraving van Kreta. Een van de hoogtepunten van de Minoïsche cultuur was het eerste en belangrijkste paleis van de machtige koning Minos. Het paleis is ongeveer 4000 jaar oud en gedeeltelijk gereconstrueerd waardoor u een goede indruk krijgt van hoe het paleis er in vroeger tijden uitzag. Een bezoek aan het paleis Knossos is voor de gast die in cultuur en archeologie is geïnteresseerd echt een ‘must’!

Chersonissos

Chersonissos is een populaire en zeer drukke toeristenplaats. De badplaats Chersonissos ligt ongeveer 25 km ten oosten van Heraklion en 8 km ten westen van Malia aan de voet van het Lassithi gebergte. Vlakbij de badplaats liggen de wat hoger gelegen authentieke dorpjes Koutouloufari, Piskopiano en Pano Chersonissos.

Malia

Het moderne Malia is een drukke gezellige badplaats gelegen aan de noordkust op 3 km van Heraklion. Malia heeft een zandstrand met veel watersportmogelijkheden. Ongeveer 3 km. ten oosten van het dorp Malia, gelegen in een olijfgaard, ligt het Minoïsche paleis van Malia. Het paleiscomplex is rond 2000 v. Chr. gebouwd op een vroegere nederzetting uit het Neoliticum en het opgravingterrein strekt zich ver uit in de richting van de zee.

Gortys en Festos / Phaestos

De antieke steden Gortys en Festos zijn beide in het zuiden van Kreta gelegen. In Gortys zijn naast overblijfselen van de antieke Dorische stad ook restanten van de latere Romeinse periode bewaard gebleven. Ook van de Romeinse Titusbasiliek (6e eeuw) is een deel goed bewaard gebleven.

Festos is na Knossos het bekendste paleis uit de Minoïsche tijd en dateert uit 4000 v. Chr. Het paleis is gebouwd op een heuvel in het hart van de Messara vallei op ongeveer 65 km. van Heraklion richting zuid kust. Festos was in de Minoïsche tijd een groot en onafhankelijk gebied met een eigen bestuur en eigen munten. Het nam onder andere deel aan de Trojaanse oorlog met Idomeneas als leider.

Vori

Op 5 kilometer van Festos ligt het gezellige dorpje Vori. Het heeft een leuk dorpsplein met een aantal cafeetjes en bij taverna Oi Velgoi kunt u onder het genot van een glas wijn of raki genieten van een fantastische Griekse maaltijd.
Ook een bezoek aan het plaatselijke museum is een aanrader, u treft hier allerlei antieke voorwerpen aan van mensen die door de eeuwen heen in Vori hebben geleefd.

Kokkinos Pyrgos, Timbaki

Kokkinos Pyrgos is een klein dorpje gelegen in de baai van Messara op 60 km. ten zuiden van Heraklion stad. Het behoort in principe bij het dorp Timbaki wat op ongeveer 2 km. afstand ligt. Timbaki is het op een na grootste dorp van de Messara vlakte en de voornaamste bron van inkomsten is de landbouw. In het gebied treft men dus veel kassen aan waar tomaten verbouwd worden maar ook velden met meloenen en artisjokken.

Matala

Het gezellige toeristische dorpje Matala ligt aan de zuidkust aan het einde van de Messara vlakte en heeft een heerlijk zandstrand. De duizenden jaren oude grotten die het strand omringen vormden in het Neolithicum tijdperk woongrotten voor de allereerste Kretenzers. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw gebruikten hippies de grotten als slaapplaats. Bekende artiesten als Bob Dylan, Joni Mitchel en Cat Stevens hebben hier langere tijd doorgebracht. De relaxte sfeer is nog steeds voelbaar in Matala ! Volgens de mythologie koos Zeus in zijn gedaante als stier met op zijn rug de prinses van Europa juist dit stukje Kreta om aan land te gaan, wat u ongetwijfeld zult begrijpen zodra u het met eigen ogen aanschouwt.

Pitsidia

Een klein en authentiek Grieks dorp met in het oude gedeelte een gezellig plein met diverse taverna’s en terrasjes. Aan de doorgaande weg zit een goede bakker.Tip: Vlakbij Pitsidia ligt de paardenfarm ‘Melanouri’ hier kunt u als u van paardrijden houdt paarden huren voor een heerlijke tocht over het strand of de Messara vlakte. Vanaf Pitsidia is het een paar minuten rijden naar het zandstrand Komos Beach.

Komos Beach

Komos Beach is een kilometers lang zandstrand gelegen tussen Matala en Pitsidia. Vlak voor Komos Beach vindt u aan de rechterkant enkele opgravingen. Komos staat verder bekend als broedplaats van de beschermde ‘caretta-caretta’ zeeschildpadden en u dient er dus zorg voor te dragen de dieren niet te verstoren.

Graf_Nikos_Kazantakis

ZELF EROPUIT

Heraklion

Een hele grote stad voor een eiland – maar wel het echte Kreta

De hoofdstad van Kreta is Heraklion wat echt een enorm grote stad is. Men kan in eerste instantie even schrikken; zo'n grote stad is niet wat met direct verwacht op een eiland. Maar als men de stad leert kennen dan is ook Heraklion een stad met veel verborgen mooie schatten: rustige hoekjes in de oude wijken, authentieke winkelstraatjes met meer Kretenzers dan toeristen, traditionele kafenia en onvervalst Kretenzisch nachtleven in een van de talrijke lyra-tenten; beslist een onvergetelijke ervaring, geen vergelijk met de ‘standaard toeristische Griekse avondshows’.

Archeologisch museum en Knossos mag u niet missen

De geschiedenis

Heraklion is met een onderbreking van 1850 tot 1972 altijd de hoofdstad van Kreta geweest. Van het paleis van de Venetiaanse stadhouder en zijn Turkse opvolgers rest echter niets meer – het stond in de buurt van de leeuwenfontein. Heraklion is naar Herakles vernoemd, de grootste Griekse held. In 828, toen de Arabieren Kreta veroverden, versterkten ze de stad en noemden deze Rabd el Kandak (Arabisch voor vestinggracht). Daar maakten de Venetianen vanaf 1204 Candia van en ze vestigden hier hun ‘Duca di Candia’. Na de 21 jaar durende belegering door de Turken (1648-1669) ging Heraklion als laatste Kretenzische stad deel uitmaken van het Osmaanse Rijk. Tegenwoordig is het een soort klein- Athene, een toevluchtsoord voor werkzoekende plattelandsbewoners.

Stadswandeling

Archeologisch museum

Hier zijn alle meesterwerken van de eerste hoogontwikkelde cultuur van Europa is geenszins vanzelfsprekend. Want de kunstwerken van de latere klassieke en hellenistische cultuur van Griekenland bevinden zich in talrijke musea, verspreid over de hele wereld.

Tip bezoek: ’s middags dan is het er niet zo druk

  • Zaal II: Periode van de oude paleizen (2000 tot 1700 v. Chr.)
  • Zaal III: Periode van de oude paleizen
  • Zaal IV: Periode van de nieuwe paleizen (1700 tot 1450 v. Chr.)
  • Zaal V: Periode van de nieuwe paleizen
  • Zaal VII: Periode van de nieuwe paleizen
  • Zaal VIII: Vondsten uit de periode van de nieuwe paleizen, afkomstig uit Kato Zakros

Bovenverdieping (fresco-afdeling)

  • Zalen XIV-XVI: tentoongestelde Minioïsche fresco’s.

Dedalou: straatje met taverna’s, winkeltjes (alleen voor voetgangers). Tal van sieraden- en souvenirwinkels, goede taverna’s, pizzeria’s, ijstentjes en café’s. Het straatje komt uit op het Venizelos-plein: met de Venetiaanse leeuwenfonteitn (Morosini-fontein). Het gezellige driehoekige plein is het trefpunt van jongeren, die afspreken bij de ‘Leontaria’ de leeuwen. De voormalige kathedraal van de Venetianen tegenover het plein is naar Marcus, de heilige van de stad, vernoemd. (Was altijd een tentoonstellingsruimte voor replica’s van de beroemde fresco’s uit de Kretenzische kerken). De Venetiaanse Loggia wer tussen 1626 en 1628, ongeveer ten tijde van de leeuwenfontein opgetrokken. Deze diende de Venetiaanse edellieden als een soort sociëteit en is een fraai voorbeeld van een Venetiaanse villa in de stijl van Palladio. In het voorportaal zijn tegenwoordig medaillons van beroemde Kretenzers te bewonderen: de ontdekker van Knossos en eerste opgraver Minos Kalokerinos, El Greco en zijn leermeester Michalis Samaskinos, de dichter en Nobelprijswinnaar Odisseas Elitis en de schrijver Vitzenzos Kornaros (barokdichter en auteur van Erotokritos) en Nikos Kazantzakis.

Direct achter de Loggia staat de Tituskerk. Het bouwwerk is tegenwoordig een bonte mengeling van stijlen, want een Turkse koepelmoskee werd omgetoverd tot een christelij-orthodoxe kerk. Islamitisch zijn de arabesken, de ‘ezelsruggen’ boven de vensters en de gewelven in de narthex. De Venetiaanse Haven is tegenwoordig in gebruik als vissers- en jachthaven. Een kijkje in de Venetiaanse arsenalen is net zo interessant als een bezoek aan het havencafé, waar dicht bij het water kan worden genoten van het uitzicht op het ’s avonds verlichte Venetiaanse havenfort.

Aan de buitenkant hiervan zijn drie Marcus-leeuwen aangebracht. Op de binnenplaats vinden soms theatervoorstellingen plaats.

Het Historisch Museum dit is ondergebracht in het vroegere woonhuis van de rijke koopman Minos Kalokerinos, die in 1878 Knossos ontdekte. Het museum bezit voorwerpen uit de post-klassieke tijdperken van Kreta. Op de bovenste verdieping wordt aandacht besteed aan de periode van de Duitse bezetting (1941-1945) en de gruweldaden. Hier zijn ook de nagebouwde werkkamer van Nikos Kazantzakis en verschillende uitgaven van zijn boeken te bewonderen. Wie zich voor Kazantzakis interesseert, dient ook beslist een bezoek te brengen aan het aan hem gewijde museum in Mirtia bij Archanes en de Kazantzakis-documentatie in het volkenkundig museum in Agios Georgios op de Lassithi-hoogvlakte.

Het marktstraatje: in het gedrang van het markstraatje (Odos 1866) en in de smalle zijstraatjes met de fruit- en groente markt, de souvenirwinkels, taverna’s en winkeltjes met kunstnijverheid hangt een onvervalste bazaar-atmosfeer. Hier goedkoop kruiden inslaan, Kretenzische yoghurt uit stenen bakken proeven.

Catharina-plein (Platia Agia Ekaterini): Hier is het  * iconenmuseum meer dan een vluchtige blik waard. Het bevindt zich in de in 1555 gestichte kerk Agia ekaterini, de voormalige kerk van het Catherina-klooster, dat ten tijde van de ‘Kretenzische Renaissance’ onder de Venetianen een religieuze hogeschool was – onder de hoede van het Catharina-klooster op het Sinaï-schiereiland. Voornaamste attractie van het museum zijn zes iconen van Michalis Damaskinos in Italiaans-Byzantijnse stijl van de Kretenzische schilderschool.

De Grote en Kleine Minas-kerk. De Heilige Minas is beschermheer van Heraklion.

Interieur versierd met nieuwe muurschilderingen uit de jaren ’80 van de vorige eeuw in het gebruikelijke Byzantijnse programma met de passiecyclus in de gewelfzone en de heiligen in de onderste muurzone. De Kleine Minas-kerk stamt uit de 15e eeuw. In het gebouw zijn een vergulde iconostase met wijnrankpatroon uit de 18e eeuw en enkele waardevolle iconen te bewonderen.

Het graf van Nikos Kazantzakis

Op het Martinengo-bastion. De in 1957 in Freiburg gestorven dichter en diplomaat vond zijn laatste rustplaats onder een eenvoudig houten kruis.

Op de grasteen is in het handschrift van de dichter het wezen van zijn levenservaring gebeiteld: ‘Ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij’. Vrijheid dus als gevolg van het opgeven van hoop en angst. Geen wonder dat Kazantzakis in conflict raakte met de kerk, want voor de kerk zijn hoop (op de verlossing in het Paradijs) en angst (voor God) fundamentele elementen van het geloof.

 

 

Chersonisos

STRANDEN

De mooiste stranden van het departement Heraklion: 

  • Fodele strand en het dorpje Fodele ligt 23 km ten westen van Heraklion. Het zandstrand is via de snelweg die van Heraklion naar Rethymnon en Chania loopt, te bereiken. Het dorp Fodele ligt op 2 km afstand van het strand.
  • Tip: het dorpje Fodele is de geboorteplaats van El Greco, de beroemde schilder.wiens echt naam Domenikos Theotokopoulos (Grieks: Δομήνικος Θεοτοκόπουλος) was. Hij werd geboren in Fodele op Kreta in 1541 en hij overleed in Spanje in Toledo op 7 april 1614. Hij stond algemeen bekend als El Greco (een Spaanse verbastering van het Italiaanse "Il Greco", de "De Griek"), was een kunstschilder die voornamelijk in Spanje werkte, hij eindigde zijn leven in Toledo in Spanje.
  • Mononaftis strand met zand en grind 20 km ten westen van Heraklion.
  • Agia Pelagia strand ligt 16 km ten westen van Heraklion. Er zijn tal van cafes, restaurants en cafes in het dorpje Agia Pelagia. De baai van Agia Pelagia is beschermd tegen noordwesten wind en de zee is bijna altijd kalm.
  • Ligaria strand ligt op 15 km ten westen van Heraklion en het is minder druk dan het strand van  Agia Pelagia.
  • Paleokastro strand is gelegen op 10 km ten westen van Heraklion. Een klein kiezelstrand. Het is relatief beschermd tegen noordenwinden. Let op: het water loop hier snel af en wordt dan diep!
  • Amoudara strand is gelegen op 5 km ten westen van Heraklion. Het is een lang aflopend zandstrand in een gebied met veel accommodaties. Hier zijn (tegen betaling) faciliteietn zoals ligbedden, parasols en er is een badmeester, maar er zijn ook delen van het strand waar geen faciliteiten zijn, hier is het rustiger. Cafes, restaurants en bars aan het strand zijn hier ook te vinden langs het strand. Eenvoudig te bereiken met het openbare vervoer de KTEL-bus, met de huurauto of een taxi vanaf Heraklion.
  • Florida strand, Karteros strand, EOT(de Griekse VVV) strand (Akti Club), Amnissos strand, Tobrouk strand. 8 km ten oosten van Heraklion. Een strand met verschillende namen voor de verschillende delen van het strand. Ook hier treft u cafes, restaurants en visrestaurants aan. Eenvoudig te bereiken met de busuurauto of taxi vanaf Heraklion. Florida strand, het deel van het strand wat het dichtst bij de luchthaven van Heraklion ligt is minder druk maar de naderende vliegtuigen van de luchthaven van Heraklion zijn duidelijk waarneembaar en duidelijk hoorbaar (... en dus luidruchtig).
  • Kokkini Hani , strand, ligt 12 km ten oosten van Heraklion. Er is een groot zandstrand langs de hoofdweg, dat is afgeladen vol met ligbedden. Er is ook een bar aan het strand met luide muziek en jongere mensen vinden het hier geweldig, absoluut niet voor de rustzoeker! In Kokkini Hani zijn er ook vele kleinere zandstranden. Zijweggetjes leiden naar deze meer rustieke stranden, vraag ernaar anders kunt u ze misschien niet vinden. 
  • Gournes strand is een zandstrand op 17 km ten oosten van Heraklion.
  • Analipsis strand en Anissaras beach zijn gelegen op 20 km ten oosten van Heraklion. Zandstranden met af en toe rotsachtige zeebodem, waterschoenen zijn te adviseren. Druk bezochte stranden maar als u een paar honderd meter van de drukte loopt dan is het mogelijk om een plaats met niemand in de buurt te vinden.
  • Hersonissos stranden: Stalis of Stalida stranden, het is een mooi zandstrand ondiep water Maar erg belangrijk: als de wind is te sterk is kunnen er  hoge golven zijn en die kunnen erg gevaarlijk zijn voor onervaren zwemmers. Houd instructies in de gaten! Ga nooit te ver in zee als het hard waait! De onderstroming kan heel sterk zijn!

 

 


Malia strand 6 km van het zandstrand. Als het te druk ga dan naar het oosten, naar de Potamos strand.

Ariadne_in_Naxos__by_Evelyn_De_Morgan__1877

MYTHEN, SAGEN EN LEGENDEN

De mythe van Knossos

De Minotaurus

Lang geleden, op het eiland Kreta, leefde de Minotaurus half mens, half stier. De eerste, de enige en laatste. Een andere is er nooit geweest. Het was een bijzonder woest schepsel, die zich voedde met mensenvlees.

Koning Minos, de heerser van Kreta, hield de Minotaurus in een groot netwerk van gangen dat het labyrint genoemd werd en dat speciaal gebouwd was onder het koninklijk paleis. Het was een vreselijke plek - het was er zo donker en het was er zo'n wirwar van slingerende, kronkelende gangen dat wie er inging met geen mogelijkheid ooit nog de weg naar buiten kon vinden.

In die tijd was koning Minos oppermachtig in het gebied van de Middellandse Zee en om het woeste beest te voeden vaardigde hij een wrede wet uit: alle landen aan de overkant van de zee moesten elk jaar in de lente om beurten zeven jongens en zeven meisjes sturen, die dan één voor één het labyrint in gedreven zouden worden.

Acht jaren gingen voorbij en de Minotaurus kreeg zijn voedsel. Toen kwam het negende jaar. Het was lente. De zon scheen, de vogels zongen en de amandelbomen waren wit van de bloesem. Maar in Athene heerste droefenis. Het was de beurt van de stad om door het lot zeven jongens en zeven jonge meisjes aan te wijzen en hen naar Kreta te sturen.

Nu was Aegaeus, de koning van Athene, een oude, zwakke man (zie onder het 'kopje Mythen, sagen en legenden' van Attica). Maar hij had een zoon, Theseus, en dat was een knappe jongen, groot, sterk en een snelle loper. De koning hield heel veel van zijn enige zoon (hij had ook nog een andere zoon, bij een andere vrouw).

Op de ochtend dat het lot bepaald zou worden, verzamelden de koning, zijn zoon en de burgers van Athene zich voor het paleis. Sommigen zwegen. Sommigen huilden. Anderen baden fluisterend tot de goden. "Niet mijn zoon! Niet mijn dochter! Laat hen niet gekozen worden!"

Toen Theseus zag hoe verdrietig iedereen was, zei hij tot zijn vader: "Het is mijn plicht om naar Kreta te gaan en te trachten de Minotaurus te doden!"

"Nee, ga niet!" zei de koning. "Dat betekent een wisse dood. Je kunt dit beest alleen en ongewapend niet doden. En zelfs al zou het je lukken, dan nog zou je nooit de weg uit het labyrint terugvinden."

Maar Theseus wendde zich tot de menigte. "Er wordt slechts geloot voor zes jongens," zei hij. "Ik zal de zevende zijn. En jullie kunnen ervan overtuigd zijn dat ik zal proberen de Minotaurus te doden!"
Er klonk een diepe zucht van verbazing. Iedereen was vol bewondering voor Theseus, de enige zoon van de koning, die vrijwillig aanbood om te gaan.

Toen er geloot was, en de zeven meisjes en zes jongens aangewezen waren, verzamelde Theseus de jongelui om zich heen. "Wees dapper," zei hij, "blijf hopen. De Minotaurus heeft niet het eeuwige leven!" Toen leidde hij hen naar de haven, gevolgd door hun huilende moeders en vaders, zusters en broers.

Vlak voordat Theseus aan boord ging van het schip dat hem naar Kreta zou brengen, omhelsde koning Aegaeus zijn zoon. Theseus, beloof me één ding," zei hij. "Het schip is uitgerust met de zwarte zeilen van de dood. Als je aan boord bent als het schip terugkeert, strijk dan de zwarte zeilen en hijs in plaats daarvan witte. Dan zal ik zelfs van grote afstand al kunnen zien dat je leeft en veilig bent."

En dat beloofde Theseus.

Een paar dagen later kwamen Theseus en zijn metgezellen aan in Knossos, de voornaamste stad van Kreta. Gewapende wachten kwamen hen tegemoet en voerden hen over steile paden en over stenen trappen naar boven en naar binnen in het immense koninklijke paleis dat zich hoog op een heuvel uitstrekte.
Ze kwamen in een prachtige zaal, waarvan alle wanden bedekt waren met kleurige schilderingen, en daar, op zijn troon, zat koning Minos met zijn twee dochters, Phaedra en Ariadne, aan weerszijden van hem.
Dertien gevangenen stonden met het hoofd gebogen. Alleen Theseus stond fier rechtop en keek koning Minos recht aan.

"Stoutmoedige jongeling," zei de koning, "wie ben jij?"

"Ik ben Theseus, zoon van Aegaeus, de koning van Athene," antwoordde hij. "En ik ben gekomen om de Minotaurus te doden, zodat er niet nog meer van onze jonge mensen hoeven te sterven!"

Toen gaf de koning zijn wachters bevel om Theseus te onderzoeken op wapens. En toen zij merkten dat hij geen wapens bij zich droeg, lachte koning Minos. "Hoe wil je de Minotaurus doden?" vroeg hij. "Met je blote handen?"

"Als het niet anders kan!" antwoordde Theseus.

Ariadne, de prinses, keek Theseus aan. Hij was zo dapper en zo sterk. Ik zal hem helpen, dacht ze. Zo'n man hoort niet te sterven!

Zodra de jonge Atheners waren weggevoerd naar de paleisgevangenis, ging Ariadne naar de keukens, mengde slaappoeders in een paar grote kannen wijn en beval de dienaren om de wijn aan de gevangenbewaarders te brengen. Daarna ging ze naar haar vaders kamer en stal een goed, scherp zwaard.

Ten slotte opende ze een klein beschilderd doosje, waarin ze haar privé-schatten bewaarde, en nam er een kluwen goudgaren uit. Dit was het kluwen garen waarover ze niemand verteld had, zelfs niet haar zusje. Toen ze nog een klein meisje was had ze het gekregen van de knappe Daedalus, de man die het labyrint ontworpen en gebouwd had. Hij had gezegd: "Nu mag je nog met dit glinsterende kluwen spelen, Ariadne. Maar vergeet niet dat het een toverkluwen is..." en toen had hij iets in haar oor gefluisterd.

Die nacht sliepen de wachten natuurlijk als een blok! En ook de gevangenen, die moe waren van hun reis. Maar Theseus lag wakker, en probeerde te bedenken hoe hij de Minotaurus kon doden.

Rond middernacht zwaaide de gevangenisdeur open en daar stond Ariadne, de prinses. "Kom," zei ze. "Volg mij."

Ze nam hem mee door bochtige gangen, lange trappen af, steeds verder naar beneden. Eindelijk ontsloot ze een zware houten deur en deed hem open. Voor hen lag een nauwe gang - en verderop? Daar was duisternis. Ze stonden bij de ingang van het labyrint.

Ariadne gaf Theseus het zwaard van haar vader. "Hiermee kun je de Minotaurus doden," zei ze. En toen gaf ze hem het kluwen goudgaren, maar het losse einde hield ze vast. "Leg het kluwen op de grond," zei ze. "Het zal uit zichzelf voor je uit rollen en je meevoeren naar het hart van het labyrint. Als je terugkeert, wind je het op en dan zal het je naar buiten leiden."

"En zul jij hier wachten tot ik terugkeer?" vroeg Theseus.

"Ik zal mijn uiteinde van de draad vasthouden en ik zal wachten!" zei Ariadne.

Theseus legde het gouden kluwen op de grond en terwijl het wegrolde in de duisternis glansde de draad en gaf een vaag soort schijnsel. Hij volgde het, door koude, nauwe, stenen gangen. Hij ging links en rechts, en weer terug en maakte weer een bocht, verder en verder, het kluwen volgend.
Hij liep door tot het gouden kluwen tot stilstand kwam in een holle, grauwe, duistere ruimte. Hij had het hart van het labyrint bereikt en daar, alsof het beest Theseus opwachtte, was de Minotaurus.
Het woeste dier zwaaide zijn kop naar links en naar rechts. Hij blies en stampte. En toen liet hij zijn schouders zakken en viel aan, zijn hoorns, als dolken zo scherp, vooruitgestoken.
Theseus klemde zijn zwaard stevig vast en stond pal. De Minotaurus was al bijna bovenop hem, toen Theseus met een vlugge beweging opzij sprong, zich omdraaide en het zwaard in de nek van het monster stak. Dat was genoeg. Het monster struikelde, stortte zwaar ter aarde en stierf.

Nu moest Theseus uit het labyrint zien te ontsnappen. In een hoek zag hij vaag het schijnsel van het gouden kluwen. Hij raapte het op en ging op weg, het garen opwindend terwijl hij voortliep. En de draad leidde hem langs dezelfde kronkelende, bochtige weg weer terug naar de open deur en naar Ariadne.

Toen ging alles verder heel snel. Theseus en Ariadne wekten zijn jonge metgezellen en brachten hen buiten het paleis. Onderweg naar de haven besloot Ariadne samen met hen te vertrekken. Ze mocht Theseus graag en wilde bij hem blijven en bovendien besefte ze dat haar vader wel heel boos zou zijn als hij te weten kwam wat ze gedaan had.

Dus gingen ze allemaal aan boord van het schip uit Athene, de zeelieden werden wakkergeschud en de zwarte zeilen werden gehesen. Ten slotte staken Theseus en de andere jongens - vlak voordat ze Kreta verlieten - koning Minos' grootste en snelste schepen in brand, voor het geval de koning hen zou achtervolgen.

Na een paar dagen op zee stak er een storm op en de golven werden wild en ruw. De arme Ariadne was zeeziek en voelde zich zo ellendig dat ze alleen nog maar van boord wilde. Zo gauw mogelijk!

Ze smeekte Theseus, en ten slotte gaf hij de zeelieden bevel om koers te zetten naar het dichtstbijzijnde eiland en haar aan land te brengen. Voordat ze weer voet op vaste bodem zette, namen Ariadne en Theseus teder afscheid van elkaar. Maar het was het einde van hun vriendschap. Ze zagen elkaar nooit weer.

Misschien was het vanwege de ruwe zee en het verdriet om het vertrek van Ariadne... wie zal het zeggen? In elk geval vergat Theseus de belofte aan zijn vader, en hij gaf de zeelieden geen bevel om de zwarte zeilen te strijken en in plaats daarvan witte te hijsen.

Dag na dag had de oude koning Aegaeus vanaf de klippen staan uitkijken, wachtend op de terugkeer van het schip dat Theseus naar Kreta had weggevoerd. Toen hij dan op een ochtend een schip zag naderen met zwarte, in de wind bollende zeilen, dacht hij dat zijn enige zoon dood was. En overmand door verdriet wierp de koning zich in zee en verdronk.

Toen Theseus' schip eindelijk het anker liet vallen en hij en de zes jongens en de zeven meisjes aan land kwamen, heerste er grote vreugde in Athene.

"Theseus, onze held!" riepen de mensen. "Jij hebt de Minotaurus gedood! Jij hebt onze kinderen gered!" en ze hingen bloemenslingers om zijn hals.

Maar Theseus' geluk was van korte duur, want toen kwam er een boodschapper met het bericht van zijn vaders dood.

Theseus' ogen vulden zich met tranen. "De zeilen - de zwarte zeilen!" zei hij. "Waarom ben ik dat vergeten?" Maar het kwaad was geschied en kon niet meer ongedaan gemaakt worden.

Theseus werd koning van Athene en hij was een goede koning, wijs en machtig en geliefd bij het hele volk. Maar nooit vergat hij zijn vader, die hem zo had liefgehad.

Te zijner ere besloot Theseus de zee, waarin koning Aegaeus verdronken was, de Aegaeïsche zee te noemen. En zo is het gebleven. Kijk maar op een kaart en je zult zien dat het brede water ten oosten van Athene nog altijd de Aegaeïsche zee heet.

Toelichting
Het Griekse verhaal van de Minotaurus gaat terug tot de tradities van de veel eerdere, grote Kretenzische beschaving. Het eerste paleis in Knossos werd gebouwd rond 1900 v.C. en in de daaropvolgende 500 jaar werd er, telkens als het paleis werd verwoest door een aardbeving of een brand, een nieuw paleis bovenop gebouwd. Archeologen hebben in het hele paleis stierenmotieven aangetroffen als versiering - stierenkoppen, stierenhoorns en een levendige muurschildering die de sport van het stierspringen voorstelt, iets wat elk voorjaar plaatshad. Acrobaten, jonge mannen zowel als vrouwen, moesten een aanvallende stier bij de hoorns vatten, een salto maken over zijn rug en achter hem op de grond neerkomen. Egyptische goden en godinnen uit de oudheid hadden dikwijls een menselijk lichaam met een dierenhoofd, zoals een kat, een havik of - net als de Minotaurus - een stier.


Bron
"Mythische dieren uit alle windstreken" naverteld door Margaret Mayo. Uitgeverij Christofoor, Zeist, 1997. ISBN: 90-6238-666-0

 

 

318

GESCHIEDENIS

Minoisch Heraklion

Het paleis van Knossos tijdens de Minoische (prehistorische) periode, zal in eerste instantie niet meer geweest zijn dan een paar verspreide huizen, in wat nu het huidige centrum van Heraklion is, met een paar kleine gemeenschappen op de omliggende heuvels. Het gebied ten oosten van Heraklion, d.w.z. Poros, Katsambas, Alikarnassos en de luchthaven tot aan de rivier Karteros en Amnissos, toont vroege tekenen van bewoning aan. Het was een goede plek om te wonen omdat het de natuurlijke haven van Knossos, via de Kairatos, rivier die de zee bij Katsambas, (het oostelijke uiteinde van de moderne haven Heraklion) had. Dit is aangetoond door een recente opgraving in het Katsambas gebied, dat onderdeel was van de Minoische haven. Het gebied ten westen van de stad, (Giofyros - Ammoudara), was  ongeschikt voor bewoning omdat het er meestal  te moerassig was. Archeologisch bewijs toont aan dat de nederzetting genaamd Heraklion waarschijnlijk ontstaan is tijdens het eerste millennium voor Chr. (9e eeuw v.Chr.), in het gebied tussen de huidige Daidalou en Epimendou straten, dat wil zeggen op de top van de heuvel waarop het centrum van Heraklion nu staat.

De naam van de stad Heraklion

Volgens de mythologie vertrouwde Rhea, de moeder van Zeus,  hem toe aan de Cureten die haar haar pasgeboren zoon verstopten in de Dactyls grot (Lassithi), in een poging om hem te verbergen voor zijn vader, Cronus. Een van de Cureten, Herakles van Ida, ging naar Olympia, waar hij en zijn broers (Paeonaeos, Epimedes, Iassius en Idas) de eerste wedloop van de wereld organiseerde. Herakles van Ida won de wedloop en werd gekroond met de tak van een olijfboom die hij er zelf geplant had. Dit was de oorsprong van de gewoonte om een Olympische winnaar te kronen met een lauwerkrans gevlochten van olijftakken. Later zou Clysmenes, een afstammeling van Herakles van Ida, de Olympische spelen opgericht hebben en bouwde een altaar voor zijn voorouders in het oude Olympia. Heraklion is vernoemd naar Herakles van Ida. De bovenstaande mythe kan worden bedoeld om te laten zien dat Minoïsch Kreta de geboorteplaats van atletiek was. Uit archeologische vondsten en fragmenten van fresco's uit Knossos weten we dat de Minoiërs van sporten hielden, zoals gymnastiek, boogschieten, wagenrennen, boksen, worstelen en zwemmen. Andere, speciale evenementen, zoals de ‘tavrokathapsia’ (stierspringen) werden gehouden op festivals.

Byzantijnse Heraklion - Kastro

Tijdens de eerste-Byzantijnse periode (4e-9e eeuw na Chr.), de kleine stad Heraklion stond bekend als Katsro (kasteel). Kreta is dan een provincie van het Byzantijnse Rijk, waarvan de hoofdstad Constantinopel (Konstantinopel) was. Het administratieve, militaire en religieuze centrum van het eiland Kreta was Gortys. De steden van Noord-Kreta waren minder ontwikkeld omdat de zeeroutes  langs de zuidkust liepen. Historici verwijzen naar de 7e en 8e eeuw als ‘donkere eeuwen’; er is nauwelijks informatie over die periode. Er zijn sommige verwijzingen naar natuurlijke rampen en, met name vanaf halverwege de 7e eeuw, werd het eiland geteisterd door invallen van piraten.

Arabieren veroveren Heraklion, de naam wordt Chandakas, Chandax of Candia

Saraceense Arabieren onder leiding van Abu Hafs Omar werden eerst verdreven uit Spanje en vervolgens uit Alexandrië. Zij profiteren van de zwakke verdediging van Kreta, zij veroverden het eiland in 824-828 AD. Piraterij was hun hoofdberoep, zij kozen Heraklion als de hoofdstad van hun emiraat. Haar positie in Noord- en Midden-Kreta leende zich uitstekend als basis voor hun invallen op de Egeïsche kust aan de ene kant, en de agrarische producten van het hele eiland voor de handel met islamitische staten aan de andere kant. Heraklion werd versterkt met muren van baksteen gebouwd op de stenen fundamenten en werd omringd door een diepe greppel, een droge gracht (khandaq), vanwaar de nieuwe naam Rabdh el Khandaq, (fort van de gracht) vandaan kwam. Dit werd Chandakas in het Grieks en Candia in het Latijn. Een Arabische Chandax moet zeer vergelijkbaar met de vorm van de Byzantijnse- en later de Venetiaanse stad zijn geweest.

Het Byzantijnse herstel van Heraklion - Megalo Kastro

De Byzantijnen beschouwden Kreta en de hoofdstad, Chandax, onder de Arabieren als een broeinest van piraten en slavernij. Arabische bronnen meldden daarentegen dat de Arabieren hun eigen cultuur in hun nieuwe grondgebied, met Chandax als haar intellectueel centrum sterk ontwikkeld had. Ze hun eigen munten geslagen hadden en ze hadden geavanceerde metallurgie en aardewerk.

Het Byzantijnse rijk probeerde herhaaldelijk Kreta te heroveren vanwege haar strategische locatie waardoor het de sleutel vormde tot controle van de zeeroutes van het zuidelijke Middellandse-Zeegebied.

In 961 na Chr., slaagde Nicephorus Phocas, opperbevelhebber en later keizer van Byzantium, erin Kreta te heroveren en de tweede Byzantijnse periode begon. Chandax was tijdens de Byzantijnse belegering doorhaar kustlocatie kwetsbaar voor invallen piraten. En dus besloot Nicephorus Phocas om de hoofdstad een beetje verder zuidwaarts, Kanli Kastelli (nu Profitis Ilias), waar hij een fort bouwde (wat later met de grond gelijkgemaakt is). De bevolking van Kreta, echter, was niet het eens en vond het geen goed idee om Heraklion te verlaten en te verhuizen naar het binnenland. Zij voorzagen dat o.a. de maritieme handel zou dalen wat de economie van het eiland zou hard raken. Dus de bewoners keerden snel terug naar kust en begon om het te herbouwen van Heraklion. De haven werd verbeterd en nieuwe muren werden gebouwd op de fundamenten van de Arabische versterkingen. In een zeer kort tijdsbestek, werd Heraklion een stedelijk centrum, de enige stad op Kreta, en werd uitgeroepen tot Megalo Kastro (groot kasteel).Het administratieve centrum van de stad was waarschijnlijk op het gebied van het huidig  Eleftheriou Venizelou plein (met de leeuwen). Deze ontwikkeling trok een grotere bevolking aan en zo begon de stad, tussen de huidige Dedalou, Chandakos, Epimenidou en Beaufort straten, zich uit te breiden met voorsteden.

Het Venetiaanse Heraklion onder de naam Candia

De vierde kruistocht in 1204 resulteerde in de val van Constantinopel (en het Byzantijnse rijk) door de kruisvaarders. Kreta werd afgestaan door Alexius IV Angelus, aan de leider van de kruisvaarders, Bonifatius i van Monferrato, die het eiland op zijn beurt aan Dandolo, de hertog van Venetië verkocht.

De Venetianen vertraagden de verdeling van land,  en daardoor had de Genuese piraat Enrico Pescatore de gelegenheid om het eiland te bezetten en bouwde zelfs 14 forten. Na een reeks van vorderingen en tegenvorderingen kwam Kreta ten slotte in 1211 in  Venetiaanse handen terecht. Zij hebben Kreta tot 1669 behouden, Kreta was alleen een administratieve provincie, bekend als het Koninkrijk van Kreta (Regno di Candia). Candia was de naam van het eiland en de hoofdstad (Heraklion), Heraklion bleef het politieke, militaire, commerciële, sociale en intellectuele centrum van het eiland door de vijf eeuwen heen van Venetiaanse overheersing, en een van de belangrijkste stedelijke centra van de oostelijke Middellandse Zee. Candia kreeg de reputatie van "eerste stad na de eerste stad" van de Venetiaanse Republiek, wat betekent dat de tweede stad alleen naar Venetië zelf was.

De economische welvaart van Kreta in het algemeen en de hoofdstad Candia met name zorgde voor t een stijging van de levensstandaard en de ontwikkeling van een verfijnde Veneto-Cretan stedelijke samenleving. Vruchtbare interacties tussen het Byzantijnse en Italiaanse gedachtengoed staat  bekend als de Kretenzer Renaissance van de kunsten en letteren in de 16e eeuw. Schilderen, bloeide literatuur, poëzie en theater met grote werken en vertegenwoordigers, het creëren van een cultuur met Kretenzer uitstraling.

Vanaf het allereerste begin van hun overheersing probeerden de Venetianen om hun greep te consolideren op het eiland door de invoering van elementen van hun metropool, Venetië, naar hun nieuwe kolonie. Dit is het meest voor de hand liggend in de architectuur. Zowel de openbare gebouwen van Heraklion (Hertogelijk Paleis, Loggia, Basiliek van San Marco) en particuliere woningen hebben onderscheidende Renaissance elementen en geven een gevoel van grandeur. Gedurende de laatste twee eeuwen van Venetiaanse bezetting, had Heraklion zich bijna verdrievoudigd in grootte toen de Osmaanse dreiging aan de horizon begon te verschijnen.

In 1462 besloot de Venetiaanse Senaat om te bouwen aan een nieuw versterkt strijdperk rond de stad, met inbegrip van de nieuwe voorsteden buiten de oude muren, en het versterken van de haven. In het kader van dit ambitieuze programma, werd Candia versterkt volgens de beginselen van de "fronte bastionato", het bastion systeem, nog steeds het enige voorbeeld van zijn soort in het hele Middellandse-Zeegebied is in zo'n goede staat vandaag de dag bewaard. De meeste van de monumenten staan nog steeds in Heraklion uit deze periode, de stad had de belangrijkste haven in het oostelijke Middellandse Zeegebied destijds. Natuurlijk moet worden opgemerkt, dat ze werden gebouwd doormiddel van ook  gedwongen arbeid, anders zouden deze werken niet mogelijk zijn geweest zonder de nodige mankracht. De mannelijke bevolking tot de leeftijd van 60 jaar moesten verplicht meewerken aan de openbare werken voor ongeveer twee maanden per jaar, elk jaar.

Het beleg van Chadax door de Osmanen

Het beleg van de stad begon in 1647 en duurde voor 22 jaar, tot 1669, toen de stad uiteindelijk viel aan de Osmanen na het verraad van de Veneto-Cretan Andrea Barozzi. Barozzi was een ingenieur die  de tekeningen van de muren, waarop de zwakste punten waren aangegeven gaf aan de leider van de belagers, de Grand Vizier Köprülü Ahmet Pasja, in 1667. De verdedigers van de stad waren uitgeput na 20 jaar van beleg, maar het duurde nog twee jaar voordat Heraklion de strijd moest opgeven (1669).

De sterkste vesting van de oostelijke Middellandse Zee had het langste beleg in de geschiedenis doorstaan. De kosten van de oorlog in leven en eigendom was ongekend. Na de overgave van Heraklion, sloopte Köprülü Pasha een deel van de muren voor zijn triomfantelijke intocht naar de verwoeste stad. Alleen een paar huizen in het centrum van de oude stad waren nog steeds bewoonbaar, maar de rest was door kanonnen verwoest, de stad lag in puin. In de 19e eeuw begonnen de Osmanen meteen met de wederopbouw van de stad. Het werd de zetel van de "secretaris van de Porte", ongeveer gelijk aan een gouverneur die door de Sultan aangewezen. De Venetiaanse openbare gebouwen werden gerestaureerd en hier vestigden de verschillende ministeries, terwijl de meeste van de kerken werden omgebouwd tot moskeeën. De tijd die volgde was één van cultureel en economisch verval, terwijl de plaatselijke bevolking constant inopstand kwam, zij vochten voor hun vrijheid en later voor de Unie met Griekenland. Het was niet tot de 18de eeuw dat de historische omstandigheden de deelname van de steeds groter wordende Kretenzer bevolking in de handel begunstigde, wat leidt tot de geleidelijke ontwikkeling van Chandax.

In 1851 werd Chania de hoofdstad van Kreta, maar dit heeft geen invloed op de economische en commerciële welvaart van Heraklion, zoals de stad weer genoemd werd in de vroege 19e eeuw. Heraklion werd door een verschrikkelijke aardbeving in 1856 getroffen. Het werd herbouwd als een grote Osmaanse stad, een typische Balkan stad met moskeeën en minaretten, koffiehuizen, fonteinen, publieke baden, smalle steegjes en toren-achtige huizen met verdiepingen. Op hetzelfde moment verschenen er ook neoklassieke stijlen, vanwege het nationaal belang, die zo uitgedrukt  werd aan de plaatselijke bevolking als zijnde de wedergeboorte van de natie. Neoclassicisme werd ook goedgekeurd door Turkse diplomatie en werd als een modernisering gezien.

Unie van Kreta met Griekenland - Heraklion in de 20ste eeuw

Vluchtelingen in Heraklion de Grieken uit Klein-Azië

In December 1913 wordtde Unie van Kreta met Griekenland werd officieel uitgeroepen. Kreta was nu een onlosmakelijk onderdeel van de Griekse staat, delen van zijn avonturen en haar toekomst. De Klein Azië catastrofe van 1922 dat leidde tot de uitwisseling van bevolkingen tussen Griekenland en de nieuwe staat Turkije. 1,6 miljoen Grieken van Klein-Azië (de west kust van het huidige Turkije) en Oost-Thracië kwamen naar Griekenland, terwijl 400.000 moslims die het land mosten verlaten. De laatste moslim inwoners van Heraklion (23,821) werden gedwongen de stad te verlaten. Hun plaats is ingenomen door duizenden Griekse vluchtelingen uit Klein-Azië. De bevolking steeg snel  en nieuwe voorsteden, zoals Nea Alikarnassos, Tria Pefka, Katsambas en Patelles werden toegevoegd aan de stad. De wijzigingen in het dagelijks leven van mensen waren ook indrukwekkend. De haven werd uitgebreid, de auto's in de straten namen toe in aantal en de stad kreeg een luchthaven. Beton, elektriciteit, de radio en de telefoon maakten ineens deel uit van het dagelijks leven in Heraklion. Het veranderde de gewoonten van eeuwen. Helaas werden tijdens deze periode veel monumenten gedachteloos opgeofferd ten koste van de modernisering, ook wel om onaangename herinneringen uit het verleden uit te wissen en ook voor winstgewin. Een monument in Heraklion dat herinnerde aan de Osmaanse bezetting werd verwijderd, het werd beschouwd als ongeschikt voor een moderne Europese stad. Er waren zelfs plannen voor het slopen van de Venetiaanse muren om de stad uit te breiden. Maar gelukkig zag men er vanaf.

Heraklion tijdens de Duitse bezetting

Heraklion 1940

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, Heraklion presenteerde het beeld van een groeiend stedelijk centrum met intense commerciële en maritieme activiteit en een levendige sociaal leven. Op 28 oktober 1940 werd de Grieks-Italiaanse oorlog verklaard, terwijl de Duitsers Griekenland in April 1941 binnengevallen. Kreta was vrijwel weerloos, zoals de vele Kretenzer soldaten inmiddels op het vasteland waren en niet terug konden om hun eiland te beschermen tegen de Duitse invasie van het eiland. De beroemde Slag om Kreta begon op 20 mei 1941. Heraklion werd gebombardeerd door de Luftwaffe vanaf 14 mei. Toen de dag van de invasie naderde, werden de bombardementen geïntensiveerd en vele bewoners verlieten Heraklion en zochten toevlucht in de dorpen. Op 20 mei werden duizenden vijandelijke parachutisten gedropt op Kreta. Het eiland werd verdedigd door kleine geallieerde eenheden (Nieuw-Zeeland, Britse- en Australische troepen) en ongewapende Kretenzers, die niet aarzelde om de Duitsers volledig bewapend met stokken en landbouwwerktuigen te confronteren. Ondanks deze omstandigheden leden de Duitse parachute regimenten grote verliezen. Duitse parachutisten waren in grote getale betrokken bij ‘de slag van Kreta op 23 mei’. Duitse bommenwerpers ontketende een gewelddadige aanval op de hele stad Heraklion. Hun doelen waren niet alleen militaire installaties maar de stad als geheel. Aan het einde van het bombardement lag een derde van de stad in puin, met verschrikkelijke verliezen aan mensenlevens. Deze dag bleef in het geheugen van de bewoners gegraveerd als "Zwarte Vrijdag". Tussen 28 mei en 1 juni trokken de geallieerde troepen zich terug uit Heraklion en de stad werd overgegeven aan de Duitsers. Tijdens de bezetting werd Heraklion, als het geheel van Kreta, een broeinest van weerstand. De activiteiten van de organisaties van de opstand maakten de Duistse bezetter woedend, die talrijke represailles tegen de burgerbevolking uitvoerde, hele dorpen werden met de grond gelijk gemaakt. Onder meer waren de vernietiging van Anoyia en de Viannos-holocaust wel de ergste.

Mezedes

SPECIALITEITEN, LOCALE PRODUCTEN

Eten en drinken op Kreta

Net als de meeste andere landen rond de Middellandse zee kent men op Kreta over het algemeen geen 'ontbijttraditie'. Zeker de mensen van de oudere generaties nemen ’s ochtends meestal een kop koffie en een sigaret en de eerste echte maaltijd van de dag is voor hen de lunch. Deze lunch wordt ongeveer halverwege de middag genuttigd. Maar soms neemt men een 'snack' als 'tussendoortje of als verlaat ontbijt'. Een koulouri die men op straat bij de vele verkopers koopt, of een 'spinakopita of tyropita'. Zo wordt de eerste trek gestild.

Voor de avondmaaltijd schuiven de Kretenzers vaak vanaf 21.30 uur aan. Natuurlijk worden voor de toeristen uitzonderingen gemaakt. De meeste hotels kennen een continentaal en Engels- en/of American ontbijtbuffet. En veel restaurants zijn vanaf 18.00 uur open voor het diner. Gezien de locatie van Kreta is het natuurlijk niet vreemd dat er vooral in de havenplaatsjes veel visgerechten worden gegeten.

Een voor Kreta en ook (Griekenlands) bekendste 'gerecht' zijn de 'mezedes'. Dit zijn allerlei kleine hapjes; een soort Spaanse tapas. Op de menukaarten in de restaurants staan vaak de gerechten die u ook bij de Griek in Nederland kunnen bestellen. Daarnaast is het in veel restaurants mogelijk pizza’s en pasta's te eten (overgebleven aan de Ventianers).

Het avondeten is een sociaal gebeuren. Meestal eten hele families samen en schuiven er allerlei bekenden aan. Koken voor meer dan tien personen is niet vreemd in een keuken van de gemiddelde Kretenzer woning. Een ander sociaal gebeuren is het bezoek aan het kafenion. Dit is een soort koffiehuis dat u in de meeste dorpjes nog in de traditionele vorm terugvindt. De mannen van het dorp ontmoeten elkaar daar dagelijks en roddelen er wat af. Daarbij drinken ze Griekse koffie.

De Griekse koffie verschilt van de koffie zoals wij die kennen. Filterkoffie kent men eigenlijk nauwelijks in Griekenland. De koffie die de Kretenzers drinken bestaan voor het grootste gedeelte uit de bekende Nescafé, oploskoffie dus. Dit wordt met water en suiker gekookt in een steelpannetje en daarna in de kop geschonken.

De lokale drank op Kreta is de Raki. Dit sterke distillaat zal u te pas en te onpas aangeboden worden. Van oorsprong dronken de Kretenzers het voornamelijk in de zogenaamde 'mezedopolion' of 'ouzeri'. Naast de Raki drinkt men op Kreta ook veel bier. Het bier dat het meest verkocht wordt op Kreta heet Mythos maar het 'ouderwetse merk Fix' wint zeker aan terrein de laaste jaren.

 De kleine lokale eethuizen op Kreta worden taverna's genoemd. Hier kunt u genieten van gerechten uit de streek, zoals een verscheidenheid aan mezedes. Meestal worden de gerechten op de grill klaargemaakt. Restaurants zoals wij die kennen noemt men op Kreta en in Griekenland 'estiatorion'.

Een 'rakadiko' is een plaats waar (vergelijkbaar met de Nederlandse genever) en mezedes geserveerd worden. Een 'souvlatzidiko' verkoopt souvlaki’s, dit is gegrild vlees aan een stokje (vergelijkbaar met de saté, maar in taverna's waar toeristen komen serveert men de souvlaki ook aan één grote spies met ui en paprika) of een pita giros, dit is een met fritjes en yoghurtsaus, de tzatiki, gevuld pita broodje, dit wordt dan uit de hand gegeten. De Griekse snack, zoals in Nederland het broodje kroket of frikandel.

De Kretenzische keuken lijkt in veel opzichten op de Griekse, maar er zijn ook veel typisch Kretenzische gerechten. Het recept op deze pagina is een traditioneel Grieks-Kretenzisch grecht. 

Kretenzische recept

Hoofdgerecht vis

Psari plaki 4- 6 personen

Visstoofschotel bereidingstijd: ca. 90 minuten

 

Ingrediënten:

  • 1500 gram witte vis  (mag een diversiteit zijn aan vis of' één soort) 
  • anderhalve kop olijfolie
  • 1 kilo rode tomaten
  • 1/5 kilo uien
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 kop wijn
  • 1/5 kop fijngesneden peterselie
  • peper en zout.

Bereiding:

1. De vissen goed schoonmaken en wassen.

2. Kleine vissen heel laten, grote vis in dikke moten snijden.

3. De uien in dunne ringen snijden, de knoflook fijnsnijden en de tomaten pureren.

4. De wijn toevoegen en zachtjes 3 minuten laten koken.

5. Dan de gepureerde tomaten, knoflook, en de peterselie in de pan doen en 5 minuten later 1 kop water, peper en zout toevoegen. 20 minuten laten stoven, dan de vis in de pan doen en op een laag vuur 30 minuten laten stoven.

Warm opdienen met gebakken aardappelen/frites en (Griekse) salade.

 

Prinos_Reizen_crew_bij_de_opgravingen_in_Centraal-Kreta

PRINOS REIZEN TOP 10 CENTRAAL-KRETA

Knossós

In de Minoïsche tijd was Knossos waarschijnlijk de hoofdstad van Kreta. De archeologische opgravingen van Knossos zijn van onschatbare waarde geweest voor de hedendaagse kennis over de Minoïsche beschaving. Tegenwoordig is Knossos één van de meest geboekte excursies op Kreta, dagelijks bezoeken duizenden toeristen de opgravingen van Knossos waarbij het paleis van koning Minos de belangrijkste attractie vormt.

Archeologisch Museum van Heraklion

Het Iraklion Archaeological Museum is het belangrijkste museum van Kreta. Dit museum dat haar oorsprong vindt in het jaar 1883 heeft momenteel de mooiste collectie aan Minoïsche kunst. Het museum geeft tevens een goede impressie van het leven op Kreta tijdens andere periodes in de geschiedenis van het eiland.

Koutouloufari, "Oud" Chersonissos en Piskopiano

Dit zijn 3 dorpen die in de bergen bij Liménas Chersonisou (wat de Kretenzers Chersonissos noemen) liggen. In tegenstelling tot Chersonissos vindt u hier wel authentieke taverna's, gezellige barretjes en rust. Vanuit Chersonissos is het een half uurtje lopen naar deze dorpen welke tegen de helling aangebouwd zijn.

Heraklion

De hoofdstad van Kreta was tot enkele jaren misschien niet zo erg ingesteld op toeristen. Ingrijpende aanpassingen en verbouwingen de afgelopen jaren hebben er echter voor gezorgd dat de stad een super leuke bestemming is geworden om een dagje naartoe te gaan, absoluut een aanrader!

Arkádi-klooster

Het Arkadi-klooster ligt centraal op het eiland Kreta. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd tussen de Kretenzers en de Turken heeft dit klooster een belangrijke rol gespeeld, waardoor de lokale bevolking dit bouwwerk tegenwoordig als belangrijk monument en toeristische trekpleister beschouwt. Het museum bij het klooster toont veel iconen en portretten van vrijheidsstrijders.

Het oude dorp Malia en het achterland

Als u van authentiek houdt en traditioneel dan is oud-Malia een aanrader. Niet het 'moderne Malia' wat aan de kust ligt met weliswaar prachtige zandstranden maar daardoor vooral ook 'overspoelt' in de zomermaanden met toeristen. Het oude dorp daarintegen straalt nog traditie en authenticiteit uit.

Ezeltocht

Bij Enagron zelf organiseert men  één keer per week een tocht met ezels naar een 'Mitato', een oude herdersnederzetting in de bergen. Hier geniet u van een heerlijke authentieke  herderslunch. Met de ter plekke aanwezige mountainbuggies en rugdrager kunt u prima wandelinge maken; er zijn genoeg makkelijk beloopbare landweggetjes voorhanden, waar een aantal in lengte varieërende wandeltochten uitgezet zijn voor u. Voor de wat avontuurlijker ingestelde wandelaars zijn er meer spectaculaire wandelingen over kleinere paden en wat verder de bergen in.

Gortys

Dit stadje lig op ca. 45 km ten zuiden van Heraklion. De ruines van de stad kwamen tot bloei tijdens de Romeinse periode en de hoofdstad werd van de Venetiaanse provincie Kreta. Dit plaatse werd echter niet gesticht door de Romeine maar al heel veel eerder, het werd gesticht in de Minoische periode.

Zaros

De plaats waar de bekende (onophoudelijke) bron stroomt. Hier komt ook het bekende 'tafel- of bronwater' van Kreta vandaan; van de Zaros bron.

Agia Varvara

Dit dorp is het centrum van Kreta, het is een zeer druk, lang uitgestrekt, groot dorp aan het begin van de Messara Vlakte op de route van Heraklion richting het zuiden. De afstand vanaf Heraklion  is 30 kilometer. Agia Varvara is de belangrijkste stad van de gemeente met dezelfde naam en telt een kleine 2000 inwoners. In het dorp is de kapel van Profitis Elias waarvan beweerd wordt dat het het geografische centrum van Kreta is. In 1997 hielden we hier tijdens de excursie van Centaal-Kreta een koffie-stop! Nostalgisch dus!